krokusje dreamstime 2 

9 keer zal de Mini Matthäus klinken dit jaar, Bach’s Matthäus Passion in een intieme, solistische versie van anderhalf uur (de helft korter) maar met alle donder en bliksem en tranen, en natuurlijk met het Erbarme dich en het mooie slotkoor. Kom om de passie mee te beleven, van het Amsterdamse café ’t Blaauwhooft tot Urk tot Ravenstein. >> Lees verder.

- Torpedo Promo
 
Schermafbeelding 2017-02-21 om 21.45.07 

MELCOWE

zachte landing
in hotel The Atlanta.

na een middagdutje
een duik in ’t zwembad

en vervolgens
de bediening gebeld. >> Lees verder.

- Herman Geurts
 
wodka 

In wodka veritas

Uit beleefdheid vraag ik aan de alcoholist van wie ik weet dat hij de hele winter opgesloten zat in een gekkenhuis ‘waar was je?’. Zelf was ik ‘er’ ook niet, tenminste niet beneden ik het dorp om te kunnen vaststellen dat hij er niet was. >> Lees verder.

- Filip Fokkens
 
tweekuub 

Onvolwassen

Hij voelde zich bewegen als een oude man, traag en werktuigelijk, de rug ineens gebogen. Zo ken ik mezelf niet, dacht François, maar dat was gelogen – zo kende hij zichzelf maar al te goed. >> Lees verder.

- Marc Fabels
 
Schermafbeelding 2017-02-14 om 00.23.42 

Van de bank opgestaan

Van de bank opgestaan

Van de bank opgestaan, waar ik lag te lezen, om in het notitieboek deze aantekening te maken, daarna naar de leeszaal in het oostelijke deel te gaan, aan één van de met schotten gescheiden werkplekken bij het raam dit boek neerleggen, benevens mijn aluminiumkleurige puntenslijper, twee potloden, het gele, het blauwe met gouden biezen, om het werk te corrigeren,

om te niet verzuimen af te stappen, niet door fysiek instinct gedreven verder te fietsen, het park vol fluisterende wandelaars in, en daar kuierend langs het naar de horizon toe versmallend grindpad te genieten van deze zonnige dag,

in de ruime, lichte zaal bij het raam te zitten, waarachter trams rijden, mensen in opzichtige werkkleding, met het hoofd in de nek, het hydraulische werktuig te zien bewegen, waar een man en een vrouw de hond uitlaten, – een echtpaar dat in een grootwarenhuis langs de uitstallingen dwalend, overlegt wat afzonderlijk door hen wordt begeerd? (zij hem en hij haar?) – ,

mijn zwarte korte jas over de rugleuning van de kuipstoel te hangen, in het shirt met korte mouwen een actieve indruk te maken.

Deze jas sla ik al seizoenen lang om mijn schouders, met de herinnering dat het die jas is die een buurjongen aan mijn zoon gaf. Hij accepteerde die, maar droeg ‘em niet. Bij het keer op keer aandoen, speelt dit woordloze gebaar tussen twee vrienden zich weer af voor mijn geestesoog.

Deze zin overdenkend kijk ik op van het werk en zie aan de overkant van de straat een jonge vrouw met een sigaret tussen de lippen op een bejaarde man toelopen die onmiddellijk begrijpt wat zij hem wil vragen en haar zijn aansteker aanbiedt.

Ondertussen kluift een vrouw in de koninklijk oranje truitje, twee stoelen verder, hongerig ongestoord op de nagelriemen van haar linkerhand, denk ik dat de tram een dienstregeling heeft van om het kwartier te moeten vertrekken. Dan zit ik hier al anderhalf uur, bij tijd en wijle afgeleid door schuifelachtige geluiden die uit eerbied voor duizenden boeken en de dagelijks verse kranten in de leeszaal klinken,

aan de overkant een vrouw bij haar huis aankomt, een benedenwoning. Het grote raam aan de straatzijde is tot halverwege geblindeerd, haar binnenleven beschermend tegen de blikken van de voorbijgangers. Het geluid van de sleutel in het slot laat haar man met wanhopige blik reikhalzen over het geblindeerde deel. Eindelijk. In angstige spanning heeft hij op haar verlate komst gewacht, rusteloos vanwege een ongeduldige hond. Zonder om te kijken geeft zij met de linkervoet de deur een duw.

- Peter Prins
 
Wollen muts 

Wollen muts

De bezorger van kranten belt tijdens het werk met zijn moeder, die mijlen verderop, zuidwaarts, over een zes minuten zegt ze, de keuken in moet en een gloeiende hekel heeft aan het weer waarin haar zoon werkt.

Zij kent de wijk, de namen op bordjes in portieken die hij zoekend letter voor letter opleest, zijn vloeibare verhalen, en wil dat hij de wollen muts opzet.

- Peter Prins
 
A-b-c--die-Katze-lief-im-Schnee 

Winterlied

Van de ene naar de andere stad reist hij en ziet vanachter het coupéraam huizen voorbij flitsen, het licht in ramen, de trage gang van de koeien, de deurensluitende boer, laaggedakte loodsen, uit de industrielecomplexen wegfietsende werkers en aan de zoom van een akker, dan weer aan dat van een weiland of geestgrond, het coulissebos met aan de voet hopelijk ligusterstruiken.

Deze kustprovincie kent hij en weet dat achter die coulissen de duinen liggen die de zee bedwingen. Aan het uitzicht verandert nauwelijks iets; soms verkleurt het boomblad, wordt in een bouwput een gebouw opgetrokken. Staat de trein stil na de aanrijding met een persoon die het strakker aantrekken van het corset niet verdroeg, opnieuw een blad.

De mannen die in en uit stappen is hij gaan herkennen, zij hebben inmiddels hun baard kunnen laten staan, en dragen nu het koud is hun wollen mutsen.

- Peter Prins
 
Bert en Bennie 

Theo Audenaerd woont een kwarteeuw in Ravenstein, een dorp met stadsrechten. Sinds 1360. Zelden komt hij buiten de deur zonder camera, want er zal maar iets belangrijks gebeuren als je er geen bij je hebt. Maar er gebeurt dus nooit iets belangrijks, en daar maakt hij liefdevol foto’s van. Op Torpedo Magazine zijn ze te zien als beeldberichten uit ‘het stadje aan de Maas’, zoals de Ravensteiners zelf zeggen.

Vandaag: Bennie en Bert
Voor eerdere afleveringen: blijf doorklikken.

- Theo Audenaerd
 
Glans van de meest aantrekkelijken 

We zaten op onze oude bank, verdiend met het verkopen van nog oudere dingen welke we dachten niet meer te zullen gebruiken, en keken naar een programma dat tot dan toe onze belangstelling niet had.

Er kwamen mensen in voor die wij, los van elkaar, toen hij boven was en ik op de oude bank zat het tijdschrift las, eerder zagen, de meest aantrekkelijken voor het eerst. Zij bewogen door een stad die geen van ons kende. Het was daar zo dat de meest aantrekkelijken de glans kregen die het huis verwarmde.

Zwijgend zaten we, zoals een man en een vrouw of vader en zoon. De nergens beschreven opdracht was om op de oude bank te zitten kijken naar hoe die anderen in die vreemde stad bewogen en de warmte van de glans van de meest aantrekkelijken te voelen.

- Peter Prins
 
Schermafbeelding 2017-01-12 om 20.55.05 

Totale oorlog

Ik heb familie in Australië. Een broer van mijn vader hield het in de jaren ’50 voor gezien en emigreerde.
Toen ik ternauwernood het zachte licht van bewustzijn op mijn gezicht voelde, zag ik mijn vader aan een tafel met een vederlichte brief in de weer: luchtpost. >> Lees verder.

- Filip Fokkens