Kwikstaart 

Ornithologie


Drie dagen lang observeerden we het gedrag van twee kwikstaarten en hun drie jongen, die bijna het nest gingen verlaten – soms zag je ze al zitten op de dakbalken van het vakantiehuisje, waarop het nest, net uit het zicht, was gebouwd. De kwikstaartouders vlogen zich een slag in de rondte om de jongen te voeden. Elke keer als ze met een pak insecten in hun snavels onder het dak vlogen, hoorde je de jongen extatisch tsjilpen.

Op dag twee zat één van de jongen onder de vuilcontainers een eind verderop, die werd nu daar gevoerd. We waren er erg druk mee, we speculeerden zonder enige kennis van zaken over de al dan niet aanwezige vliegvaardigheid van de nestverlater. We dronken er een paar biertjes bij. Ornithologie beviel ons, we werden er al pratend steeds beter in.

Op de ochtend van dag drie zat een tweede pluizebolletje op een dikke steen naast het huisje. Ik kon heel dichtbij komen om een foto te maken. Het beest had het benul niet om te vluchten, het keek me verwonderd aan met zijn brede bekkie – of doodsbang, dat kon ik niet zien. ‘s Middags vlogen de ouders al niet meer naar het nest onder het dak, we hoorden de vijf kwikstaarten alleen nog druk met elkaar communiceren over redelijke afstanden, een staccato vraag- en antwoordspel. ‘s Avonds hoorden we ze niet meer. De volgende ochtend was het nog steeds stil onder het dak, het hele gezin was blijkbaar vertrokken. Mijn schoonvader probeerde het lege nest met een bezem, op de tast, te verwijderen. Dit lukte maar half. Verder hebben we het er niet meer over gehad.

- Marc Fabels