NUMBER43-small 

43

Ik strompelde de zaal in, zeggen ze. Zeggen ze, en daar kreeg ik tickets voor de afterparty van twee prachtige vrouwen en dat was lief – maar het was in een café dat ik alleen kende van naam, ik wist niet waar het was. Ze legden uit dat het om de hoek was, maar dat vond ik een lastig te doorgronden concept. Het stratenplan op het ticket was ook heel duidelijk – zeiden ze, en ik geloofde ze op hun woord. Ik merkte dat de aarde moeite begon te krijgen met mijn evenwichtsgevoel. Ik dronk rode wijn tot ik bloed proefde, rookte sigaretten die smaakten naar natte hond.

Ik dacht aan alle muziek die tintelde in mijn vingertoppen, aan de woorden die elkaar verdrongen rond mijn tong – ik dacht aan de verhalen die ik soms voorlas en het ritme, het ritme dat de woorden nog iets van betekenis gaf. Ik zag de liefde, ik zag de liefde als een teruggevonden kindertekening, iedere lijn voor altijd pril. Ik voelde het gekras van grafiet op papier, veegde met zwarte vingers het gruis van mijn gezicht. Ik hoorde een meisje vragen of het goed met me ging en ik keek stomverbaasd naar de straat vlak voor me, zag hoe zich op slordige klinkers een sterrenstelsel van bloedspatten vormde en zei: loop maar door, loop alsjeblieft door. Alles is zoals het moet zijn. De afterparty is nog maar net begonnen – zeggen ze.

- Marc Fabels