Schermafbeelding 2017-01-12 om 20.55.05 

Totale oorlog

Ik heb familie in Australië. Een broer van mijn vader hield het in de jaren ’50 voor gezien en emigreerde.
Toen ik ternauwernood het zachte licht van bewustzijn op mijn gezicht voelde, zag ik mijn vader aan een tafel met een vederlichte brief in de weer: luchtpost.

Hij, mijn vader, was de enige broer die ‘gestudeerd’ had en Engels sprak. De vrouw van de broer in Australië stuurde brieven aan haar schoonouders, mijn vader’s ouders, in het Engels.
Mijn vader vertaalde woord voor woord met een HB potlood en bracht de brief persoonlijk op een zondagmorgen naar de bescheiden woning in Velsen-Noord onder en in de rook van Hoogovens.

Een jaar of 10 later kwam de dochter van de emigré naar Nederland. Met een vriendin. Besloten was dat de dames bij ons in Heemstede zouden logeren. Ze zouden 2 weken blijven.
Met de gastvrijheid van mijn moeder was het niet bijster goed gesteld. Ze begon al dagen voor aankomst van de vreemdelingen te bijten, te kijven en te muiten.

Ik had mij een beeld gemaakt van de dochters. Mijn hormonen hielpen mij daarbij: het waren exotische modellen, het resultaat van genetische versterking door vermenging van vreemde chromosomen. Hier waren 2 vruchtbaarheidskoninginnen uitgekomen. Met bolle borsten die hun melk over de wereld wilden uitstorten en geurige schedes die smachten naar eersteklas sperma.

De dag brak aan dat we de dochters gingen halen. Het was een treurig Campanile hotel in Amsterdam-Sloten.
We waren, zoals altijd, te laat. De spanning was al vanaf het opstaan opgevoerd en de stemming verpest. In de auto werd door mijn moeder geschreeuwd en er werden verwijten gemaakt.
We liepen de lobby in en daar zagen we de dochters. Het waren opgezwollen obese vrouwtjesgorilla’s. Ze hadden rode zweterige gezichten en op maat gemaakte broeken. Hun motoriek was obees volgens het boekje: met maaiende armen en schurende dijen en spekvleugels. Inclusief de penetrante lijflucht gratis bijgeleverd.

Mijn puberdroom spatte uiteen.
De orgiën op de zolder, nadat ik midden in de nacht naar boven was geslopen, zouden niet plaatshebben.
De twee zeeolifanten werden in de auto geladen en we reden naar Heemstede.
Ik zou mezelf niet hebben laten kennen als ik degene zou zijn geweest die had uitgenodigd, maar niet mijn moeder.
Zij begon onverbloemd te minachten, te stoken en te schuimbekken.
De twee werden op de bank geplaatst in de woonkamer en na enige tijd bleek er nog een probleem bij te komen: ze konden niet praten. Als je probeerde de conversatie op gang te brengen, meenden ze dat een simpel ‘ja’ of ‘nee’ volstond.

In plaats van hier een draai aan te geven om het leven aangenamer te maken, besloot mijn moeder tot een totale oorlog.
In de keuken werd ik getrakteerd op een imitatie van hun down-under-accent en wat er verder allemaal voor gif naar buiten kwam. Ik kreeg het ongelimiteerd over me uitgestort.
Zeven dagen lang heeft ze de vrouwen laten fermenteren op de bank. Ze heeft niks gedaan, niet gesproken en ze genegeerd.
De gasten hebben zich volgepropt met eten, strompelden naar boven, poepten onze wc’s vol, sliepen en lieten dodelijke gassen ontsnappen die via complexe huidplooien hun weg vonden naar de verstikkende vertrekken in mijn ouderlijk huis.

- Filip Fokkens