wodka 

In wodka veritas

Uit beleefdheid vraag ik aan de alcoholist van wie ik weet dat hij de hele winter opgesloten zat in een gekkenhuis ‘waar was je?’. Zelf was ik ‘er’ ook niet, tenminste niet beneden ik het dorp om te kunnen vaststellen dat hij er niet was.

Ik zat boven op een berg in mijn huis uit het raam te kijken of de winter voorbijging.
En hoorde van de buren dat de alcoholist in een gekkenhuis zat.
Er gebeurt hier nooit wat, dus als er wat gebeurt, weet iedereen het meteen.
(Zoals toen de vrouw van de burgemeester opeens verdwenen was, nadat ze zich in de gaarkeuken van haar pension strontlazarus standrechtelijk van achter had laten nemen door twee jonge houthakkers.
In wodka veritas.)

‘Ik heb je gemist’, lieg ik tegen de alcoholist.
‘Ik jou ook’, liegt hij terug.

- Filip Fokkens