tweekuub 

Onvolwassen

Hij voelde zich bewegen als een oude man, traag en werktuigelijk, de rug ineens gebogen. Zo ken ik mezelf niet, dacht François, maar dat was gelogen – zo kende hij zichzelf maar al te goed. Onvolwassen. Zijn brein weer eens door dat ene woord in beslag genomen, de geest zo goed als gebroken en binnenin zijn oude lijf schreeuwde uit alle macht het jochie dat daar leefde – zwijgend zette François zich aan de afwas. Onvolwassen had ze hem genoemd, al weer jaren geleden, en hij wist dat het nog altijd waar was. Hij zag een sneeuwlandschap in het schuim onder zijn handen en verloor zich met de vuile vaat in het verblindende wit, terwijl hij zich probeerde te herinneren wanneer de regels van het spel herschreven waren – waar ergens het jongensachtige in hem, dat ze naar eigen zeggen zo aantrekkelijk had gevonden, was veranderd in die onvolwassenheid die haar met weerzin vervulde. Hij wist het niet. Hij keek hoe het laatste schuim schielijk en beschaamd in de afvoer verdween, legde de afwaskwast netjes waar hij altijd lag, en zuchtte.

- Marc Fabels