Er leefde eens een man 

Er leefde eens

Er leefde eens een man die plompverloren aan een andere man dacht die op een paard reed. Hij had geen man in zijn vriendenkring of net buiten de rand ervan, die zoiets deed.

Er leefde eens een man wist niet waar hij andere man, waaraan hij plompverloren dacht te zullen gaan vinden en of die het paard op de juiste manier verzorgde, de hoeven na elke rit schoonkrabde.

Op zijn erf bouwde hij een plan om de paardrijdende man te kunnen vinden.

De vrouw van er leefde eens een man legde diens kleren in een koffer, de oude stille koffer die achter in de kast wachtte, en tot dan nergens naartoe gebracht was, tot er leefde eens een man plompverloren aan een andere man dacht die op een paard reed.

Geblinddoekt wilde de vrouw van er leefde eens een man raden waar de andere man woonde om die te waarschuwen dat haar er leefde eens een man een plan aan het bouwen was hem te vinden.

Toen zijn plan af was nam hij de oude stille koffer in de hand.

- Peter Prins