Dood dier 

Dood dier

Zegt U maar niets, die keuken waar de afwasmachine nog uitgeruimd moet worden, die verzin ik wel. Dat briefje, die paar woorden aan de minnaar verander ik ook. Hij hoeft de machine niet te doen, wel zachtjes met de deur, rekening houden met de kleine.
Een week of wat geleden kwam hij weer aan, toch. De gang van zaken kreeg zo zijn beloop, zoals Uw zucht als hij de deur straks dichttrekt en onvindbaar wordt.
Bij navraag haalt U de schouders op.


Als het nieuws er is neemt U de was onderhanden, dat houdt de berichten weg. U zou een goede africhter van dieren zijn; hangende vogels die uit de hand eten. In de wet staat niet toe dat zij hier hun kunsten vertonen. Met hen zou U naar een ver land moeten vertrekken om daar door vakantie vierende landgenoten opgemerkt te worden, die bij terugkomst U op het vliegveld uitjouwen, de taart in het gezicht smijten.
De tegenwerping zielsveel van honden te houden is een uitvlucht, U hebt er niks mee. Nee, ook niet met het dier dat de minnaar even over de kop aaide en voor wie hij de vinger tegen de lippen legde, het commando: op de plaats rust.

Toen hij op een nacht meeliep, was dat voor het eerst. Zij wees hem de groentewinkel, de huizen van collega’s en hoorde het dier dat aansloeg. Hij legde die vinger tegen haar bordeauxrode lippen.
De kleine had ze naar moeder gebracht; er was iets met een collega, iets met het werk.

In cafe’s vergeet U dat twee glazen meer dan genoeg zijn, dat drank U verandert.

Het nieuws laat de beelden zien vanuit de helikopter, of zo’n onbemand ding, van een snelweg ’s nachts. Ze hebben de weg afgesloten met wagens met zwaailichten, blauwe en oranje. Er liep een man langs. Dat kostte hem het leven. Hij liep daar wellicht om zijn dood in de schoenen van anderen te kunnen schuiven. In die van de bestuurster die wel een dreun voelde maar niet wist wat zij met zo’n groot dood dier aanmoest? Ze heeft weleens gehoord van een slager die het dan zou opkopen. Maar hoe zwaar is zo’n dood dier wel niet, dat in de kofferbak leegbloedt?

- Peter Prins