imgres 

Zoon en vader (55): Gitaar

Regelmatig schrijft vader Marcel een miniatuurtje over zoon Daniël.

Het moet een misverstand zijn. Ik weet niet hoe het ontstaan is, maar Daan is consequent. Wanneer ik mijn gitaar pak, gaan zijn handjes automatisch naar zijn oren. Ik probeer dat niet persoonlijk op te vatten. Het is zijn initiële gebaar wanneer er lawaai of onrust is. Een scherpe kuch, een plotselinge blieb. Feitelijk worden de oren niet eens bedekt. Om andere geluiden moet hij lachen. Langzaamaan begin ik het spectrum te kennen. Als ik ga spelen en daarbij een dwaas lied zing met veel Da-da-da of Daan-daan-daan erin, dan zakken de handjes snel, tenzij ik een te harde plotse uithaal produceer. Wanneer ik mijn stem daarna op overdreven Jordanese manier laat zwabberen, volgt er gegrijns en geproest. De handjes vinden nu een nieuwe bestemming: de snaren van de gitaar. Die moet ik fluks aan deze machtige tangetjes ontrukken met een bekende brul: ‘Waar zijn die handjes?’

- Marcel Verreck