download 

52° 56′ 38” N, 4° 56′ 11” O, 18-10-2017, 08:18 u,

zo te zien tast je het besmeurde raam af, mannen op de hydraulische lift, gewapend met een hogedrukspuit maakten, in opdracht, de betonnen rand van de borstwering schoon, dat wekte geen argwaan, alleen weerzin de ramen opnieuw schoon te moeten maken,

de ver strekkende grasvelden zijn leeg, geen kokmeeuwen, geen kauwen, wit en zwart blijven hoe je het wendt of keert kleuren om rekening mee te houden, net als met het grijs dat boven alles hangt, het verhult het grenzeloze weer daarachter, reuring omdat de bron van goud is gevonden, extase, veel verder ben je niet gekomen,

de zes platanen, vol blad, staan in het veld, je telt ze elke ochtend, als je naar rechts beweegt komt de zevende vanachter de raamlijst vandaan en wordt je aandacht getrokken naar het oranje zwaailicht aan de overkant van de oude binnenhaven, waarschuwingslicht dat in de ramen van het rechthoekige flatgebouw weerkaatst, kleine figuurtjes glijden er van oost naar west,

over het klinkerpad gaat een jonge vrouw op een gele fiets richting het plein, een tweede zet haar fiets in het rek naast het gebouw aan de overkant, ze draagt een rugtas en een dikke zwarte jas, zwart is duidelijk een kleur, met daadkrachtige stappen gaat ze het gebouw binnen,

iemand anders, die van het glooiende pad, richting het klinkerpad, aankwam, besluit halverwege het glooiende pad de flauwe bocht achter de vuilnisbak af te snijden, staand op de trappers zet ze extra vaart om het gras te ontvluchten,

je ziet dat er toch kokmeeuwen zijn neergestreken in een van de ver strekkende velden, een handvol, 12 stuks tel je twijfelachtig, een enkele vliegt op om bij een ander neer te strijken, de zevende bij de achtste,

over de kade aan de overkant glijden nog meer kleine figuurtjes van oost naar west,

van boven klinkt een signaal, de was is klaar,

hierna zal je traag, besluiteloos, aarzelend, de zwarte schoenen aantrekken, de grijze wollen jas kiezen, het gedicht The Glass Essay in een kleine zwarte tas stoppen, om naar het station te lopen,

je gaat lopen om de kwetsuur aan de rug te verhelpen,

je weet nu al dat je in de andere stad, aan tafel, de handen in de schoot legt, niet of er een zucht ontsnapt,

- Peter Prins