Schermafbeelding 2018-02-02 om 10.51.35 

In de tram

Nummer 5 was leger dan anders. Er zat een bejaarde man en een kind in roze overall op de achterste bank. Een dame met een Jack Russell liet haar gouden armbanden klingelen. Verderop een stelletje, zij met haar hoofd op zijn schouder genesteld. Katja liet zichzelf ergens in het midden op een stoeltje zakken.

Dit was het dus. Willem had er vrij laconiek over gedaan. Relaties gingen soms nou eenmaal uit, had hij gezegd. Mensen worden soms nou eenmaal verliefd op iemand anders. Maartje, heette ze. Een bespottelijk kinderachtige naam voor een nieuwe vlam. ‘Stel je niet zo aan,’ zuchtte Willem toen ze hem dat voor z’n voeten had geworpen.
Katja moest maar ergens een kamer gaan huren voorlopig, had hij aan het eind nog als wijze raad meegegeven. Want het appartement, tja, dat was dichtbij zijn werk en dan hoefde Maartje ook niet steeds anderhalf uur in de trein te zitten.
Katja had een koffer onder het bed uitgetrokken en daar lukraak wat kleding ingegooid, zoals ze dat in films altijd deden. Wat ze eigenlijk aan spullen had meegenomen, geen idee, het was meer voor het dramatische effect bij zo’n vaarwel. Maar Willem was niet onder de indruk geweest en had heel vriendelijk de deur voor haar open gehouden toen ze de koffer achter zich aan sleurde.

Een luide snik ontsnapte uit haar keel. Het stelletje kroop wat dichter tegen elkaar aan. De vrouw met de hond concentreerde zich nog meer op alles wat er buiten te zien was. Huilende mensen in de tram, daar bemoei je je niet mee.
Katja veegde met haar mouw over haar wang, haar mascara liet zwarte korrels achter. Het kon haar niks schelen. De hele wereld kon wat haar betreft in de stront zakken.
Iemand tikte op haar schouder. Het kind in roze hield een pakje met wegwerpzakdoekjes omhoog. ‘Artis’, stond erop. Katja keek om. De bijbehorende opa zei niets, maar gaf haar een knikje met dichtgeknepen ogen. Ze pakte de tissue aan.
‘De giraffen hebben een jong gekregen,’ deelde het kind mee. ‘Hij heeft nog helemaal niet veel vlekken.’
‘Goh,’ antwoordde Katja. Ze depte de tranen weg. ‘Die krijgt hij er vast met de jaren wel bij.’

De tram reed langs het Spuiplein. Ze besloot uit te stappen, zwaaide het meisje gedag en trok haar bagage een café binnen. Misschien kon ze zichzelf trakteren op koffie met slagroom.

- Kim Linssen